Rasvereniging Ryeland
 

Ryelands - De Ryeland

Geschiedenis

De Ryeland is een van de oudste schapenrassen in Engeland. Het is ruim 800 jaar geleden ontstaan in het deel van South Herefordshire, dat grenst aan Wales en bekend staat als ‘Archenfield’, waar men in de middeleeuwen al rogge (‘rye’) verbouwde op de daar rijkelijk voorkomende, vruchtbare rode grond. Als basisgewas leverde de rogge niet alleen het eenvoudige broodkoren op, wat de landarbeider in de middeleeuwen tot hoofdvoedsel diende, maar ook een goede dakbedekking, terwijl de velden tijdens de winter en in het voorjaar goede graasplaatsen voor de schapen waren. De roggevelden van South Herefordshire waren zeer waarschijnlijk het originele domein van het Ryelandras en gaven het zeker haar naam.
 
Geschiedschrijvers zijn het niet met elkaar eens wat de precieze oorsprong van de Ryelands betreft. Sommigen suggereren een import tijdens de overheersing van de Romeinen vanuit Spanje en onderkennen een verwantschap met de Spaanse Merino. Deze veronderstelling ondersteunen ze door te wijzen op de overeenkomst tussen de fijne kwaliteit wol van beide rassen. Anderen beweren dat er al een Hereford schapenras bekend was in 1343 en dat ook koning George de Derde ondanks de faam van de Spaanse Merino beslist geen ambities had om nog meer soorten buitenlandse schapen te introduceren. Hij prefereerde daarentegen het ‘ware’ Hereford schapenras om er het nationaal voorkomende schaap mee te verbeteren. Bekend is ook dat de monniken van Leominster al sedert eeuwen schapen fokten in de roggegebieden van South Herefordshire.
 
De Ryeland was in die dagen bekend als de ‘Hereford’, als de ‘Archenfield’ of als de ‘Ross’ en de wol die door de monniken werd verkocht was van zeer hoge kwaliteit. Wol die ook weleens is vergeleken met spinsels van de zijderups en zelfs de benaming ‘Gouden Vlies’ kreeg.
 
De Ryeland beschikte niet alleen over zeer goede wol. Het schaap met zijn kleine formaat bleek ook erg vitaal te zijn. Misschien zorgde deze eigenschap ervoor dat het ras die achthonderd jaar heeft overleefd. En wellicht is dit ook de reden dat tussen de zestiende en de negentiende eeuw talloze Ryelands zijn verspreid over Engeland, Schotland en Ierland.
 
Hoewel het ras zich behoorlijk verspreidde, kwam er een sterke terugval tegen het einde van de negentiende eeuw, met name omdat er zich toen een trend ontwikkelde om een groter formaat schaap te fokken. Ter bescherming van het ras werd in 1903 de Ryeland Society opgericht, die in 1909 het eerste stamboek opende. Er waren toen nog slechts veertien zuivere koppels. Door bijzondere zorg en aandacht zag de Society kans om de Ryeland zo bekend en gewaardeerd te maken dat het  uitgroeide tot een ras met een mondiale betekenis. De Ryeland werd een veel-
gevraagd ras, zowel toonaangevend vanwege de prima slachtlammeren als vanwege de fijne wolkwaliteit. Het ras werd tengevolge van deze populariteit sinds de twintiger jaren naar een veertigtal verschillende  landen geëxporteerd. Het eerst naar de ‘nieuwe wereld’ Nieuw Zeeland en vervolgens naar Australië, Argentinië, Zuid Afrika, USA, Canada, Japan en diverse Europese landen waaronder sinds 1990 ook Nederland.
 
In Engeland zijn begin 2001 306 leden bij het stamboek aangesloten. Het ras staat niet meer op de lijst van ‘Rare Breeds”, maar op die van de ‘Minority Breeds’. Het gevaar voor verdwijnen is verdwenen. Inmiddels is de Ryeland niet meer het kleine schaap van achthonderd jaar geleden.
Kruising met de Leicester en selectie op formaat zorgden ervoor dat het ras groter werd.
 
Eigenschappen
De Ryeland is een sterk ras met een groot gewenningsvermogen aan voeding, omgeving en temperatuur. Het ras is minder gevoelig voor rotkreupel.
De rammen staan bekend als vruchtbaar en de ooien lammeren vrij gemakkelijk af.
De gemiddelde worpgrootte ligt op 1,5 en de levenskrachtige en snel groeiende lammeren kunnen in 4 maanden een levend gewicht behalen van ruim 40 kilo.
De wol voelt zacht en licht aan, is veerkrachtig en dicht gestapeld. Opvallend is dat in de dicht gesloten vacht geen zwarte en grijze vezels voorkomen. De wol is 8 tot 10 cm lang en weegt ruim 2,5 kg bij volwassen ooien en bij rammen rond de 4 kg.
Het karakter van de Ryeland is rustig, vriendelijk, verdraagzaam en meegaand.
Door haar wollige uiterlijk en aanhankelijk karakter wordt de Ryeland wel de ‘Teddybeer’ onder de schapen genoemd. Een hobbyschaap bij uitstek !!
 

ginkel1

os1

os2
Ryelands in Nederland
De eerste contacten voor de import van Ryelands in Nederland werden op de Royal Welsh Show van 1989 gelegd door Karel Heinen uit het Gelderse De Heurne. Het was een privé-initiatief van de zestien jarige scholier. Omdat de Ryelands in Engeland niet onder de controle vallen voor wat betreft het zwoegervirus was het niet eenvoudig een aantal exemplaren naar Nederland te halen.
Nadat hij zich bij verschillende fokkers had georiënteerd bracht Karel in november 1990 een koppeltje van negen ooien en twee rammen, afkomstig van de fokkers M.N. Collins en I.G. Davies, naar Nederland. Het waren dieren van een zeer goede kwaliteit. De Ryeland kreeg daarmee een prima start.
Op bestelling van andere, enthousiast geworden schapenhouders, volgde in september 1991 een tweede import. Ditmaal haalde Karel twintig ooien en een ram van dezelfde fokkers. Contacten met de Engelse fokker Richard P. Wear leidden in mei 1994 tot de invoer van een vierde bloedlijn. Drie ooien en een ram, alle vier nakomelingen van de Australische lijn van Richard Wear. In de herfst van 1996 werden van dezelfde fokker nog eens twee drachtige ooien en een ram geïmporteerd. Daarmee is de basis van de Ryeland in Nederland gelegd.

Karakter





Van wolschaap heeft het ras zich door de jaren heen ontwikkeld tot zowel wol- als vleesschaap. Voor Nederland ligt het accent op het rustige en aanhankelijke karakter en het wollige voorkomen. Deze combinatie maakt de Ryeland tot de Teddybeer onder de schapen, een buitengewoon geschikt hobbyschaap.
27

Raskenmerken
23





De witte, lichtgebouwde kop is bijna geheel bewold en wordt fier gedragen op een sterke, brede nek. De oren zijn middelgroot en de ogen hebben een vriendelijke uitdrukking.
De borst is breed en vrij diep. De rug is sterk en recht, de achterhand en het kruis zijn breed.
De poten zijn relatief kort en staan goed uit elkaar op sterke koten en hoeven, waardoor een compact beeld ontstaat.

Gekleurde Ryeland
Door kruisingen in het verleden kan er soms in een witte kudde een gekleurd lam geboren worden. De Rasvereniging Ryeland erkent ook de gekleurde Ryland maar voor de fokkerij worden de witte en de gekleurde dieren strikt gescheiden gehouden om vermenging te voorkomen. Fokt men enkel met gekleurde dieren dan zullen er ook gekleurde lammeren geboren worden. De kleur van de wol kan varieren van lichtgrijs tot zwart en van geelbruin tot diep bruin. De vacht kan egaal van kleur zijn maar bont en gevlekt komt ook voor. De fokkers van de Gekleurde Ryeland zijn aangeloten bij de Rasvereniging Ryeland.

ginkel4

Wol

ginkl9
De wol van zowel de Ryeland als van de Gekleurde Ryeland is soepel, zacht en veerkrachtig . De lengte van de wolvezel bedraagt 8 tot 10 centimeter. De wol is uitstekend geschikt voor handspinnen en breien. De wol vervilt bijna niet en is daarom in de wasmachine te wassen op een laag wolpragramma.
CMS en hosting A&M ImpacT